In Nederland zijn steeds meer mensen afhankelijk van hulp van anderen. Ouderen blijven langer thuis wonen, mensen met dementie hebben intensieve zorg nodig en ook mensen met psychische of sociale problemen rekenen vaak op familie, buren of vrijwilligers. Tegelijkertijd is er een groot tekort aan zorgprofessionals en staat de betaalbaarheid van zorg onder druk. Daardoor wordt er steeds meer gevraagd van mantelzorgers en gemeenschappen, terwijl hun tijd, energie en draagkracht juist afnemen.

Dit onderzoek richt zich op de vraag hoe we de zorgkracht van de samenleving – ook wel samenredzaamheid genoemd – beter kunnen begrijpen en versterken. We kijken niet alleen naar individuele mantelzorgers, maar ook naar netwerken in buurten, organisaties en beleidssystemen die zorg mogelijk maken of juist belemmeren.

Het onderzoek bestaat uit drie niveaus. Op buurtniveau onderzoeken we in Rotterdam hoe mantelzorgers en mensen met een zorgvraag deelnemen aan informele netwerken, zoals buurtinitiatieven, wandelgroepen of ontmoetingsplekken, en wat dit betekent voor hun dagelijks leven en welzijn. Op organisatieniveau kijken we hoe samenwerking tussen professionals en informele zorgverleners verloopt, en welke overtuigingen en routines daarbij helpen of juist in de weg zitten. Op systeemniveau onderzoeken we hoe regels en structuren in bijvoorbeeld werk, wonen en onderwijs invloed hebben op de mogelijkheid om zorg te geven.

We gebruiken interviews, observaties in buurten en ontwerpend onderzoek, waarbij bewoners, professionals en beleidsmakers actief meedenken. Het doel is om inzicht te krijgen in wat nu werkt, waar knelpunten zitten en hoe de zorgkracht van buurten en de samenleving als geheel duurzaam kan worden versterkt. Deze kennis is belangrijk voor mantelzorgers, mensen met een zorgbehoefte én voor gemeenten en organisaties die zoeken naar toekomstbestendige oplossingen.